Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 26 februari 2019

Écht sociaal ondernemen, kan dat ook in Amersfoort?

Sociaal ondernemen; ondernemen om de wereld te verbeteren. Iets goeds doen, waarde toevoegen, bijdragen aan werkgelegenheid voor mensen met een beperking, aan duurzaamheid. En tegelijk ook gewoon ondernemen en geld mogen verdienen. Echte D66 principes komen hierin samen. Dat was voor mij aanleiding om bij de begroting 2019 een motie in te dienen om vanuit de invalshoek ‘aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt’ hier een samenwerking tussen economie en sociale zaken te organiseren: als we meer mensen aan het werk willen, moeten we zorgen dat onderwijs op maat geleverd kan worden en bovendien moet er dan vervolgens een werkgever zijn die de kandidaat een kans wil geven. Er zijn prachtige voorbeelden van kleine leerbedrijven in wijken, voor mensen die niet zomaar meer in het gewone onderwijs passen om welke reden dan ook. En er zijn prachtige voorbeelden van sociaal ondernemers die dit alles gewoon heel normaal vinden. Niet de snelle winst staat centraal maar de meervoudige waarde die gecreëerd wordt.

Kan het écht samen, iets goeds doen voor Amersfoort en tegelijk financieel zelfstandig en bovendien winstgevend zijn? Of moet je je als ondernemer schikken in je afhankelijkheid van gemeentelijke subsidies? Waardeert de gemeentelijke overheid deze ondernemende aanpak wel en hoe praten deze twee werelden met elkaar of is het eigenlijk allemaal dezelfde wereld? Wat is het imago van de sociaal ondernemer: een schattige wereldverbeteraar, een ondernemer met visie of gewoon een doener die handjes nodig heeft? Welke sociaal ondernemingen zijn er al in Amersfoort en waar lopen ondernemers tegen aan in de pogingen tot samenwerking met de gemeente? In de Ronde van 15 januari 2018 kregen we als raadsleden hier meer inzicht in. Verschillende sociaal ondernemers presenteerden zich: onder andere Cycloon fietskoeriers, de Stadswormerij en Bloemendal Bouw.

De ondernemers kregen de kans om van de gemeente te vragen wat ze nodig hebben om succesvol te kunnen zijn: het right to challenge bijvoorbeeld: initiatieven indienen waarnaar geluisterd wordt. Via het gemeentelijk inkoopbeleid een kans krijgen als social return in het inkoopbeleid meer plek zou krijgen. En de rol van de gemeente als belangrijke verbinder en netwerker werd steeds opnieuw genoemd. De gemeente werd opgeroepen om te luisteren naar de ideeën van de ZZP’ers vanwege hun kennis en hun betrokkenheid bij onze stad. Er gebeurt veel meer dan we weten, dus maak er gebruik van. Dat was de boodschap.

Hoeveel energie en betrokkenheid en authenticiteit ook spreekt uit de motieven om jezelf sociaal ondernemer te noemen, en hoe zeer ik ook geloof in sociaal ondernemen als de sleutel naar écht andere business modellen, het beroep op de gemeente als geldschieter blijft me dwars zitten. Ik weet ook waarom: gemeenten denken in subsidies als tijdelijk middel om iets op gang te brengen dat nog niet op eigen benen kan staan en waar een belang voor de gemeente mee is gediend: een maatschappelijk belang. Ondernemers moeten verder denken dan de termijn van een paar jaar. Ondernemen is geen sociaal project, geen vrijwilligersproject. Veel sociaal ondernemers gaan dan toch na een paar jaar uiteindelijk failliet als de gemeentelijke geldkraan dicht gaat. Het belang van een goed business model is groot. In de meervoudige en onder ander maatschappelijke doelstellingen moet ‘winst maken’ ook een plek kunnen hebben. Gemeenten moeten daar niet van schrikken. Een aanwezige ondernemer en deelnemer in deze Ronde zei het me naderhand mooier dan ik het zou kunnen, dus ik leen de gedachte: wij hebben de gemeente helemaal niet nodig als subsidieverstrekker. We hebben gewoon werk en willen iedereen een kans geven. We vinden het leuk om mensen op te leiden en ze de tijd te geven om zich te laten zien. Dat kost tijd, aandacht, energie en levert het meervoudige op. Tegelijk zijn we gewoon een bedrijf. Als het slecht gaat en we moeten inkrimpen, krimpt iedereen mee. Als het goed gaat en we groeien, zijn er weer kansen voor iedereen. We betalen normaal en we vragen normale dingen. Gaat eigenlijk heel goed.

Ik geloof in het sámen: de gemeente kent de mensen, de ondernemer kent de business. Het verbinden van deze twee, het loslaten van regels en dwingende afspraken, het vertrouwen in elkaar, dat is denk ik de sleutel tot succes. De meeste ondernemers zijn zakelijk en hebben geen behoefte aan gemeentelijke inmenging of geld. Maar stel dat het nodig is om dingen mogelijk te maken, mensen uit de bijstand aan het werk te helpen, een werkruimte te faciliteren, een vergunning snel te organiseren.. dan is de samenwerking economie-sociaal domein de sleutel. De één kent de stad. De ander de mensen. Meer samenwerking tussen deze twee portefeuilles, daar ga ik voor! D66 onderneemt, en intussen ben ik in gesprek met ondernemers die juist níet in deze Ronde aanwezig waren.

Het is leuk om te ervaren dat dit onderwerp meer D66’ers aanspreekt. Ik krijg zowel van leden als van ondernemers reacties en ervaringen. Wil je ook meedenken en input geven, naam dan contact met mij op!

Met vriendelijke groet,

Irma Dijkstra
Fractielid D66
Woordvoerder sociaal domein en economie

Thema

Cultuur en economie

Factoren die bepalend zijn voor het vestigingsklimaat zijn onderwijs, infrastructuur, vergunningenbeleid en de verbinding tussen cultuur en economie. De toename van vrije tijd stimuleert de vrijetijdseconomie.

Daarnaast is ook de creatieve economie een belangrijke pijler van de economie geworden.

Lees meer